Govert van Wijn (1642–1738)

Govert van Wijn wordt geboren te Maassluis op 4 december 1642 en overlijdt aldaar op 21 januari 1738. Zijn vader is zalmvanger van beroep. Hijzelf is op jeugdige leeftijd al reder. Zijn leven valt samen met een van de meest bloeiende perioden van de visserij te Maassluis. Hij is een tijdlang penningmeester van het college van de visserij. Het college van de visserij, ingesteld in 1625, bestond uit een vertegenwoordigers van de visserij. Het vormde een zelfstandig bestuur naast de plaatselijke overheid, belast met toezicht op de visserij. De leden werden gekozen uit de boekhouders van de rederijen en de stuurlieden.

Govert van Wijn wordt geschetst als een “weergaloos weldadige en vermogende Maassluizer”. Zo laat hij op zijn kosten brede stenen trappen van de Veerstraat naar de Noorddijk bij de Monstersesluis aanleggen opdat “de bewoners van de huizen binnendijks gemakkelijk op de hoge Maasdijk kunnen klimmen’. Aan de noordzijde van de Noordvliet laat hij bomen planten. Ten behoeve van kerk, diaconie en weeshuis belegt hij een aanzienlijke som in 'Engelse bankacti├źn'. In de bepalingen laat hij opnemen, dat jaarlijks uit de rente uitkeringen aan deze instellingen moeten plaatsvinden. Ten onrechte houdt men hem hierdoor veelal voor de stichter van het Weeshuis der Hervormden. De diaconie geeft hij fl 2894,05 voor de aan koop van rouwmantels.

Aan de kerk schenkt hij het beroemde door Rudolf Garrels gebouwde orgel. Het onderhoud van het orgel en de gages van de organist en de trapper neemt hij ook na zijn dood voor zijn rekening. Tevens liet hij het schema van aftreden van de kerkmeesters (kerkvoogdij, beheerders van het kerkgebouw) aanpassen waardoor de continuïteit van het beheer beter gewaarborgd bleef. De schenking en de bepalingen daarbij laat hij vastleggen in een de schenkingsbrief.

Na zijn overlijden wordt zijn stoffelijk overschot op 27 januari 1738 in het graf van zijn ouders bijgezet. Het graf draagt het nummer 264 en bevindt zich in de Groote Kerk van Maassluis. In zijn testament is opgenomen dat de wezen elk jaar op zijn sterfdag getrakteerd moeten worden en dat zij deze dag in gepaste vrolijkheid moeten doorbrengen, waartoe hij een som van fl 75,– per jaar bestemt.

In 1732 laat Govert van Wijn zich ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag portretteren door Johannes Vollevens de Jonge (1685-1759). In 1730 vervaardigde deze schilder een portret van Aegidius Francken, die predikant is in Maassluis. Het portret bevat tevens het familiewapen en een ere-vers over Govert van Wijn van zijn neef, de Maassluise dichter Hendrik Schim (1695-1742). De tekst van dit gedicht luidt:

Van Wijn, de roem en eer van 't wijd bekend Maassluis,
Die 't heerlijk orgel schonk in 't heilig Bedehuis.
En tachtig vrienden dorst verrijken in zijn leven;
Ons dorp versierde, wees en armen beeft bedeeld,
En door de kerk der deugd naar d' eerkapel wou streven,
Staat hier naar 't leven door Vollevens uitgebeeld.

Zijn leven wordt gekenmerkt door ondernemerschap en zakelijkheid, hart voor de burgerlijke gemeente Maassluis, sterke betrokkenheid op het welzijn van haar inwoners en royale zorg voor de goede voortgang van het kerkelijk leven in Maassluis.

De naam van deze grote Maassluizer wordt dagelijks levend gehouden door een straat naar hem vernoemd: Govert van Wijnkade.

Literatuur

  • Blom, S. (1972). Geschiedenis van Maassluis. Maassluis: De Maassluise Boekhandel.
  • Francken, A.G. (1734). Heilig gebruik des Orgels. Delft: Pieter van der Kloot.
  • Gemeentemuseum Maassluis (1996). Gemeentemuseum Maassluis; een keuze uit de collectie. Uitgave van de Vereniging Vrienden van het Gemeentemuseum Maassluis
  • Mastenbroek, T. & Bosman, J.J. (1989). De Grote kerk Maassluis 1639-1989. Maassluis: Maassluise Drukkerij.
  • Zwart, J. (1977). Van een deftig Orgel. 2e vermeerderde druk. Koog aan de Zaan: Uitgeverij en antiquariaat "Jan Zwart".
Met veel dank aan dhr. J. van der Kolk, die ons toestond zijn studie op deze website te publiceren.